Javascript is niet ingeschakeld, waardoor u het menu niet ziet.

De Nederlandse Vereniging van Papiergeldverzamelaars
IBNS Nederland

Jubileumeditie
IBNS Home ] 't Watermerk ] Doel vereniging ] Contributie ] Advertentietarieven ] Eigen beurzen ] Bestuur ]


De Nederlandse Vereniging van Papiergeldverzamelaars bestaat in 2006 20 jaar, en dat werd gevierd. Eerst een enorme jubileumbeurs in Den Dolder. Twee volleybalvelden vol tafels met bankbiljettenhandel. Een geweldig succes. Tijdens deze beurs is ook een speciale jubileumeditie van 't Watermerk verschenen. Maarliefst 106 pagina's en 12 fantastische, originele artikelen.


Ook u kunt in het bezit komen van deze jubileumeditie van 't Watermerk. Op de pagina 't Watermerk van deze site kunt u meer informatie vinden over welke artikelen zoal verschenen zijn in ons verenigingsblad. Hoe u in het bezit komt? Lid worden of los bestellen door een bericht aan de secretaris te sturen (zie contact, secretaris via het menu links).


Hieronder vindt u een recensie door MuntKoerier 3, jaargang 2007

 


Jubileumuitgifte Nederlandse Vereniging van Papiergeldverzamelaars

Op 25 november 2006 werd met een grootse beurs voor papiergeld in Den Dolder het 20-jarig jubileum gevierd van de IBNS Nederland (International Bank Note Society The Netherlands Chapter), tegenwoordig de Nederlandse Papiergeldverzamelaars genoemd. Tijdens de beurs wist de vereniging maar liefst 10 nieuwe leden waaronder een life-member binnen te halen.

Wie lid wordt van de vereniging, de contributie bedraagt slechts € 25 per jaar, ontvangt 3 à 4 maal per jaar het kleurrijke en zeer informatieve verenigingsblad 't Watermerk dat onder de bezielde leiding van Patrick Plomp is uitgegroeid van een paar velletjes met wat informatie tot een heus tijdschrift op A4-formaat met een omvang van 36 tot 56 pagina's in kleur.

In November 2006 verscheen een bijzondere uitvoering van 't Watermerk. De samensteller M.P. Garritsen wist elf interessante bijdragen bijeen te brengen die op luxe papier zijn afgedrukt. Geopend wordt met een voorwoord van de voorzitter gevolgd door een artikel van zijn hand over het ƒ 25,- biljet. Best omschreven als "het eerste echte Nederlandse bankbiljet". Dat vanwege zijn rood bedrukte voorzijde bekend is onder de naam "roodborstje", een formulier met een aantal gedrukte en geschreven mededelingen, geheel of gedeeltelijk voorzien van een uit muziektekens bestaande ornamentele rand. Zijn artikel besluit met een overzicht van alle theoretisch mogelijk emissies en handtekeningen combinaties. Geschat wordt dat 10 tot 15 exemplaren niet bij De Nederlandsche bank werden ingeleverd.
Geen alledaagse verschijning dus.

De volgende bijdrage is van Cees Hootsen en geeft een overzicht van zogenoemde SPECIMEN biljetten uit de collectie van een verzamelaar die ontbreken in de AV, de Catalogus van Nederlands papiergeld van Akkermans en Vercoulen.
De SPECIMEN biljetten werden door De Nederlandsche Bank als voorbeeld aan financiële instellingen in binnen- en buitenlands toegezonden om hen op de hoogte te houden van nieuwe emissies. Maar liefst 23 nieuwe SPECIMEN biljetten worden in het artikel uitgebreid voorgesteld.
De volgende bijdrage is wederom van de hand van Patrick Plomp en is een Catalogus van Nederlandse zilverbonnen, munt-, hulp-, reserve- en bankbiljetten. De lijst bevat uitsluitend biljetten gemaakt met het doel uiteindelijk in Nederland te circuleren, met uitzondering van drukkersproeven, specimen, ingetrokken en buiten omloopgestelde biljetten. De lijst werd samengesteld uit informatie verkregen uit de bekende publicaties van Mevius en Lelivelt, de Almanak van de NVMH, Akkermans/Vercoulen, Bolten(tweede druk), de publicatie van J.J. Grolle "Het Nederlandsche Bankbiljet" en varianten gemeld door verschillende leden van de vereniging.

Dan volgt een overzicht samengesteld door Niek ter Wolbeek en Machiel Dubbeld van boordgeld dat gebruikt is op troepenvervoerende-, emigrantenvervoerende- en repatriëringschepen in de periode 1946-1957. De biljetten zijn gerangschikt per maatschappij, per schip en de verwachte aankomstdatum. De meeste biljetten zijn in Nederlands courant, een paar in Amerikaans courant, een enkeling in Amerikaans en Nederlands courant. Op de S.S. "Nieuw Amsterdam" werden in 1946 wisselbonnen in Nederlandsch Indisch Geld gebruikt.

De bijdrage van Hans van Weeren staat in het teken van de lage waarden van de bankbiljetten van de Javasche Bank uitgegeven bij de muntzuivering van 1950 in Indonesië. Het betreft hier de biljetten van 50 cent, 1 en 2½ gulden 1948. Hij stelde vast dat de ontwerpen afkomstig zijn uit de studio van Joh. Enschedé (Sem Hartz) maar dat de serienummers - de zogenoemde nummerklokken die op de biljetten gebruikt werden - toebehoren aan de Engelse drukker Thomas De La Rue. Het is dus aannemelijk dat de biljetten daar zijn gedrukt omdat de productiecapaciteit vlak na de Tweede Wereldoorlog in Nederland onvoldoende was. Van deze biljetten bestaan naast gedrukte vervalsingen ook exemplaren die geheel met de hand met kleurpotlood zijn nagetekend.

Ook het artikel van Rob Huisman staat in het teken van het papiergeld van Indonesië. Het betreft de geheime coderingen die te vinden zijn op het Indonesische revolutiegeld, de ORI (Oeang Republik Indonesia) uit 1945-1948. Na de capitulatie van Japan was er een driedeling in Nederlandsch-Indië; een deel dat onder Nederlansche controle stond en waar het zgn. NICA geld in omloop was; een Republikeins deel waar het ORI geld circuleerde en een derde deel dat onder invloed van de Republikeinse beweging stond maar waar door logistieke problemen geen ORI geld kon worden ingevoerd. Door lokale en regionale instanties en bedrijven werd eigen papiergeld in omloop gebracht.
De Republikeinse regering heeft tussen 1946-1948 vier emissies papiergeld uitgebracht. De bevolking werd via pamfletten en de krant Merdeka in oktober 1946 op de hoogte gebracht van de introductie van het ORI geld. De uitvoering van deze biljetten laat te wensen over, slecht papier en matige druktechnische kwaliteit zijn hier debet aan. De biljetten waren eenvoudig te vervalsen. Om dit tegen te gaan werd door de republikeinse financiële overheid een geheime codering in het serienummer aangebracht. Door deze geheime codering in het serienummer konden de officiële instanties snel valse biljetten herkennen.
Vele jaren van verzamelen leidde er uiteindelijk toe dat er bepaalde patronen in de serienummering werden vastgesteld. Aan de hand van een unieke hoeveelheid materiaal en onderzoek geeft Rob Huisman wat hij noemt 'een tussenstand' van zijn bevindingen.

De volgende twee bijdragen staan in het teken van het papiergeld in omloop en gedrukt voor (Nederlands) Nieuw Guinea. De eerste is van de hand van Ed. van Gelder, een van de oprichters van de huidige vereniging. In een vloeiende stijl schets hij de geldsituatie voor de introductie van eigen biljetten in 1950 voor Nieuw Guinea en de emissie van een serie biljetten voor Nederlands Nieuw Guinea in 1957.

De bijdrage van Hans van Weeren is een diepgaande studie met als titel "De ontwikkeling van het geldstelsel voor Nederlands Nieuw Guinea." Zijn verhaal begint met een overzicht van monetaire situatie op Nieuw Guinea eind 1949, aansluitend komt de stempeling van alle in omloop zijnde biljetten eind januari 1950 ter sprake. Vervolgens wordt er een overzicht gegeven van de verschillende stempels die hierbij gebruikt werden en op welke biljetten deze voorkomen. Hij vervolgt met de geldzuivering van 30 maart 1950 en de regeling en structuur van het geldwezen op (Nederlands) Nieuw Guinea en de hieraan gekoppelde emissies van 2 januari 1950 en 8 december 1954. Op 1 mei 1963 werd het gebied overgedragen aan Indonesië. Met ingang van 1 juni 1963 moest bij de Bank Indonesia het 'Nederlandse' geld tegen rupiahs worden omgewisseld.

Het laatste grote artikel is van de hand van J.M. Verkooyen, ook een van de founding fathers van de vereniging en besteedt aandacht aan de wisselbrieven van de Nederlandse Handel-Maatschappij buiten Nederland (1870-1888).
Dertig jaar geleden werd door de auteur op een grote beurs in Utrecht een omvangrijke partij wissels uit het voormalige Nederlandsch-Indië aangekocht. Zijn studie van deze wissels is thans het onderwerp van zijn bijdrage.
De Nederlandsche Handel- Maatschappij werd in 1924 opgericht door koning Willem I en was bedoeld om de handel met vooral de koloniën te bevorderen. Voorafgaande aan de beschrijving van de wisselbrieven wordt beschreven hoe de wissels door zowel financiële instellingen, bedrijven als particulieren werden gebruikt.
Omdat het kon gebeuren dat de wissel niet bij de genoemde persoon aankwam, bijvoorbeeld door brand, diefstal of doordat het schip met de wissel was vergaan was het gebruikelijk een tweede en soms zelfs een derde wissel uit te schrijven. Een dief kon niets met de wissel omdat deze op naam was gesteld.
Bij het agentschap werd het tweede en derde exemplaar bewaard. Wanneer de eerste wisselbrief verloren ging werd de tweede verzonden. Om een dubbele uitbetaling te voorkomen stond op de eerste wissel de vermelding "de tweede (en derde) onbetaald zijn". Op de tweede "De eerste (en derde) onbetaald zijnde" en op de derde "de eerste en de tweede onbetaald zijnde".
Dit alles vergde een goede administratie. Bij de handtekening of paraaf van de acceptatie staat steeds een f(olio)nummer. Dit nummer verwijst naar het boek waarin de uitbetalingen werden aangetekend. Op de talon die achterbleef werden de gegevens van de wissel genoteerd.
Vervolgens geeft de auteur een overzicht van de verschillende agentschappen waarvan wisselbrieven bekend zijn. Behalve in Nederlandsch-Indië werd ook in Suriname gebruik gemaakt van wisselbrieven. Vooral bij de ondertekenaars van de Surinaamse wisselbrieven komen we namen tegen van personen die later leidende functies bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij of elders hebben vervuld: A. Fokker, Schröder-Visser, Schreeven, Lohr en Bijvanck. Het verhaal is verlicht met prachtige wisselbrieven, een lust voor het oog.

De jubileumeditie van 't Watermerk besluit met korte bijdragen van David August over La Banque du Congo Belge en van Gert Dekkers over de bankbiljettencirculatie in het Osmaanse Rijk gedurende de Eerste Wereldoorlog.

De jubileumeditie is bestelbaar voor niet-leden voor  € 12,95 inclusief verzendkosten of gratis bij een nieuw lidmaatschap van de IBNS Nederland. Informatie voor geïnteresseerden is op te vragen bij de secretaris. E-mail secretaris via menu contact of bij de voorzitter, email via menu contact.

Meer informatie over de vereniging en papiergeld is te vinden op de website van de vereniging www.ibns.nl. Hier staan ook een aantal artikelen in PDF-Formaat over papiergeld die eerder in het verenigingsblad 't Watermerk verschenen. Interessant is ook de literatuurlijst over Nederlands en buitenlands papiergeld.

Bron:muntkoerier 3, 2007 jaargang 36

 


Best bekeken met Microsoft Internet Explorer.
Optimale schermresolutie 1024 x 768 of beter.